Lotus Elise S2 111S

In 1996 werd de Lotus Elise geintroduceerd. Van het begin af ben ik in het model geintresseerd geweest. Niet alleen omdat het er goed uit ziet, maar juist omdat de auto aan een briljant principe voldoet en omdat er baanbrekende technologie in gebruikt wordt.

Het basisprincipe van Colin Chapman, de oprichter van Lotus, was "performance through light weight": auto's worden zwaarder en zwaarder en hebben dus ook steeds meer vermogen nodig om goed te presteren. Wiskundig zijstapje: bij het berekenen van de kracht die je nodig hebt om een bepaalde versnelling te krijgen, moet je de massa kwadrateren... Goed opgelet bij Natuurkunde, allemaal? Als je dus een lichte en toch stevige auto weet te bouwen, dan bereik je daarmee goede prestaties zonder dat je bakken vermogen nodig hebt. De oer-Elise had maar 118 pk, maar kan zonder problemen een wedstrijdje met veel grotere en vooral duurdere concurrenten aan. De wetten van de natuur gelden immers ook voor het remmen en voor het nemen van bochten!

De manier waarop een laag gewicht in samenhang met een grote stijfheid van de auto bereikt werd, is een briljant staaltje ingenieurswerk. Aan de auto zul je bijna geen staal aantreffen. Het hele chassis bestaat uit in vorm geperste aluminium delen die niet aan elkaar genageld, maar gelijmd zijn. Het resultaat is oersterk en heel licht. De carosserie is van glasfiber. Licht, sterk en geen roest ;-)

In 2000 werd de "series 2" geintroduceerd. Het uiterlijk van de auto werd wat aggressiever gemaakt en een aantal veranderingen werd doorgevoerd waardoor de auto iets minder hardcore werd. Zo werden onder andere de drempels voor de deuren iets verlaagd. In 2002 volgden de 111 en de 111S. In dit type hangt in principe dezelfde motor als in eerdere Elises, de Rover K-series 1.8, maar door variabele kleptiming en enig intelligent gepruts aan het motormanagement door ingenieurs van Lotus is het vermogen opgevoerd naar 156 pk met een heel mooi koppelverloop naar 175 Nm. De S had dan ook nog een met leder bekleed interieur, een iets andere stereo en vloerbedekking. De mijne heeft dan ook nog airco, dus in de wereld van de echte Lotus freaks is mijn Elise 111S een kappersauto...

maar dan wel een hele mooie!

 

Orginele specificaties

Introductie

2002

Motor

Dwarsgeplaatst, Rover K16 1796cc volledig aluminium viercilinder met variabele kleptiming en dubbele bovenliggende nokkenassen.

Maximum vermogen

156 pk bij 7000 toeren

Koppel

175 Nm bij 3500 - 4650 toeren

Gewicht

806 kg (met een volle tank)

Lengte

378,5 cm

Breedte

185 cm

Hoogte

111,7 cm (dat is dus LAAG)

0-100

Wordt niet door Lotus opgegeven, maar zou rond de 5,1 sec moeten zijn...

Maximum snelheid

Wordt ook niet door Lotus opgegeven, maar ergens boven de 200 is best leuk zat. Het gaat om bochtjes rijden, niet om "Autobahnsturmen"!

Wielen

Lichtmetaal, 8 spaaks. Deze wielen zijn op de 111 gezet om te compenseren voor het wat hogere gewicht van de auto: de wielen en daarmee het ongeveerd gewicht zijn lager, wat resulteert in beter weggedrag. Fijn! Voor 5,5 bij 16 inch en achter 7,5 bij 17 inch.

Banden

Bridgestone Potenza RE40. Voor 175/55 R16 en achter 225/45 R17.

Genoeg geleuterd, hoe rijdt dat nu? In één woord fantastisch. Er is niets lolliger dan bochtjes te rijden en stapje voor stapje te ontdekken dat het harder kan. En dan nog harder.

In elk opzicht valt de auto me mee. Ik rijd er zonder problemen mee naar mijn werk en pak dan 's ochtends gewoon de snelweg en de files mee. Probleemloos. 's Middags zoek ik dan wat omwegen en kom met een grote grijns op mijn gezicht thuis.

156 pk en 175 Nm klinkt niet erg imposant. Mijn Leon doet het met 180 pk en 400 Nm... Maar wat de auto er mee doet is toch wel heel spannend. Als je hem een beetje op toeren houdt, hangt de auto echt lekker aan het gas. Trap je wat dieper door, dan ontbreekt de schop in je rug die je (bijvoorbeeld) van een turbodiesel krijgt. Daardoor heb je niet direct in de gaten hoe snel de acceleratie is. Als je echter andere auto's in je achteruitkijkspiegel kleiner ziet worden, dan krijg je in de gaten dat het toch wel erg vlot gaat. Maar alles gaat eigenlijk zonder drama en zonder buitensporig veel herrie. Natuurlijk moet je niet structureel boven de 140 gaan rijden met het open dak, want dan wappert op den duur je hoofd er af. Ik merk zelfs dat ik met deze auto over het algemeen netter en defensiever rijd dan met de Leon. In een Leon wil je je nog wel eens laten uitdagen door een BMW met een paar petjes er in. Met de Lotus blijf je gewoon lekker kalmpjes op je landweggetje rijden met BMW op je bumper. Je neemt een bocht met 80, om de petjes rechtdoor te zien vliegen... ;-)

Zijn er ook nadelen? Tuurlijk. Elk voordeel hep immers zijn nadeel. Soms zit iemand voor je zo erg in zijn achteruitkijkspiegel te kijken, dat-ie bijna van de weg af raakt. Over achteruitkijkspiegels gesproken: dat is eigenlijk het enige wat ik aan deze auto zou willen aanpassen. Jemig wat is dat ding groot! Ik zie er mezelf, mijn bijrijder én datgene wat ik wil zien er in. Bovendien zorgt het ding voor een grote dode hoek rechtsvoor. Wellicht maar eens een kleintje er op plakken dus. Daarnaast kijken mensen zo makkelijk over je heen dat ze de auto voor je als referentie gaan nemen en bij jou op je bumper gaan rijden. In de file ontdek je pas echt hoe idioot hoog auto's tegenwoordig geworden zijn. Waar deze auto ophoudt, beginnen bij zo'n lelijke MPV de ramen. Dat betekent dus ook oppassen. De eerste Espace die me over het hoofd gezien had, heb ik al naast me gehad. Maar dat weegt allemaal niet op tegen de duimen die omhoog gaan, de mensen die zich op een parkeerplaats naast de auto laten fotograferen (lachen!) en het plezier wat ik iedere keer heb als ik instap en met opzet de langste weg ergens naar toe opzoek. In deze auto gaat het weer eens niet om het bereiken van je bestemming, maar de wijze waarop.

En dat is ontzettend lekker!